Abrikozen-walnotenkerstbrood
Annabee
Deze heb ik vorig jaar met de kerst gebakken, eentje met en eentje zonder amandelspijs. Zie het recept als een leidraad en niet als voorschrift, ik weet namelijk niet meer exact hoe ik het gedaan heb. Voor het gemak heb ik gebruikgemaakt van de mix voor bruin brood van Koopmans, ik had al werk genoeg en deze mixen lenen zich uitstekend om er een eigen draai aan te geven zonder moeilijk gedoe over bloem- en gistverhoudingen.
Enne … de broden smaken ook uitstekend op niet-kerstdagen.
Je hebt nodig (voor 1 brood):
1 pak broodmix voor bruin brood, 150 ml lauw water, 150 ml lauwe melk, 25 gram roomboter, 1 zakje vanillesuiker, snufje kaneel, 1 zakje gewelde abrikozen (o.a. Edah en AH), 200 gram gehakte walnoten (mengsel van fijn en grof), poedersuiker of sneeuwsuiker en wat gesmolten boter, eventueel plm. 200 gram amandelspijs (kant-en-klaar te koop in de supermarkt of op de markt) en 1 eidooier
Kneed in een plastic kom broodmix, water, melk, boter, vanillesuiker en kaneel tot een samenhangend deeg (met de hand of met de mixer met kneedhaken). De kom afdekken met een vochtige doek of plasticfolie (zo staat het altijd in ‘echte’ recepten, ik pak gewoon een schoon plastic tasje, doe de kom erin en vouw de opening van de tas onder de kom
) en het deeg 10 minuten laten rijzen op minimaal kamertemperatuur (zorg ervoor dat het deeg niet op de tocht staat!). Ondertussen de abrikozen in stukjes snijden of hakken. Met de hand de abrikozen en de gehakte noten snel door het deeg kneden en het deeg nogmaals afgedekt een minuut of tien laten rusten.
Bakblik invetten of er bakpapier op leggen.
Voor een brood met amandelspijs de spijs mengen met de losgeklopte eidooier.
Het deeg op de bakplaat uitrollen tot een lap van plm. 20×30 cm. Een rolletje vormen van de amandelspijs, iets korter dan de lengte van de deeglap, en middenop het deeg leggen. (Voor een brood zonder spijs laat je het rolletje weg, dat lijkt me duidelijk.) Vervolgens het deeg in de lengte over het rolletje klappen en lichtjes vastdrukken op het onderliggende deeg. Er mag gerust een naad/richel zichtbaar zijn, dat hoort zo bij een kerstbrood.
Wederom afdekken met folie of vochtige doek (à la Annabee: de eerder genoemde plastic tas openknippen en over het deeg leggen), ter voorkoming van tocht eventueel met knijpers vastzetten aan het bakblik (losjes, het deeg moet ruimte hebben), en nog een half uur laten narijzen.
Hoe meer ‘vulling’ je door het deeg doet, hoe minder het zal rijzen en hoe massiever het brood wordt.
Oven voorverwarmen op 200 graden.
De bovenkant van het deeg met wat water besprenkelen of bestrijken, het bakblik iets onder het midden in de voorverwarmde oven schuiven en het brood in ongeveer drie kwartier gaar en bruin bakken (als het hol klinkt als je erop klopt is het gaar).
Het brood na het bakken op een rooster plaatsen (ter afkoeling), bestrijken met wat gesmolten boter en er poedersuiker over strooien. Sneeuwsuiker, dat ik onlangs bij Buiter zag, oogt mooier dan poedersuiker: het smelt namelijk niet.
Het spreekt vanzelf dat op dit recept diverse varianten mogelijk zijn: met andere broodmixen, met andere meelsoorten en gist, met andere noten of vruchten, een snufje citroenrasp, wat je maar wilt.
Gepost in Brood-Gebak-Nagerechten, Feestdagen |
| Printen







